Kamperen met kinderen is geweldig. Het is ook chaos. En de meeste dingen die misgaan, gaan mis omdat niemand ze van tevoren tegen je heeft gezegd.
Ik kampeer zelf al mijn hele leven en heb inmiddels aardig wat gezinnen op campings zien aankomen. Dit zijn de acht dingen die ik het vaakst zie – en die je met vijf minuten voorbereiding voorkomt.
1. Kies je plek op schaduw, niet op uitzicht
Een tent in de volle zon is om zeven uur 's ochtends al 35 graden. Kinderen worden daar wakker van, en dan is je dag begonnen of je wilt of niet. Een plek met ochtendschaduw is meer waard dan een plek met zicht op het water.
2. Laat ze de tent opzetten
Niet omdat het sneller gaat – dat gaat het niet. Maar een kind dat de haringen in de grond heeft geslagen, rent er de rest van de week omheen in plaats van eroverheen. Geef ze een eigen taak en een eigen hoek.
3. Scheerlijnen zijn struikeldraden
Dit is de meest voorkomende oorzaak van tranen op een camping. Een gespannen lijn op enkelhoogte, in het donker, met een kind dat naar het toiletgebouw rent.
Twee oplossingen. Gebruik reflecterende scheerlijnen, die je met één zaklampstraal ziet liggen. En hang er iets aan: een wasknijper, een lampje, een oude sok. Alles wat het zichtbaar maakt.
4. Let op de haringkoppen
Een klassieke tentharing heeft bovenaan een omgebogen haakje met een scherpe rand. Blote kindervoeten en scherpe metalen randjes gaan slecht samen.
Dit is de reden dat mijn haringen een ronde kop hebben zonder scherpe kanten. Pijnlijke tenen? Dat blijft. Bloedende tenen? Meestal niet.
5. Neem meer haringen mee dan je denkt
Kinderen hangen aan dingen. Aan de luifel, aan de scheerlijnen, aan het windscherm. Dat betekent dat je elk afspanpunt wilt gebruiken, niet alleen de hoeken. En dat er altijd eentje kwijtraakt.
6. Bakenen jullie plek af
Een tent, een windscherm en een kleedje maken samen een duidelijke grens. Kinderen begrijpen dat verrassend goed. Zonder grens loopt de hele camping door je keuken.
7. Regel je eigen licht
De verlichting op campings is er voor de paden, niet voor jouw tent. Een lampje bij de ingang en een bij de scheerlijnen scheelt drie kwart van de ongelukjes.
8. Oefen één keer in de tuin
Niet voor de tent, maar voor de kinderen. Een nacht in de achtertuin haalt de spanning eruit en laat je ontdekken wat er ontbreekt terwijl de voordeur nog om de hoek zit.
En als het gaat waaien
Kinderen slapen slecht in een klapperende tent. Span je lijnen na vóórdat je gaat slapen, niet erna. Hoe je dat doet staat op de instructiepagina, en welke haringen bij jouw tent en ondergrond passen zegt de keuzehulp in vier vragen.