Duitsland is voor Nederlandse kampeerders zo'n beetje de tweede achtertuin. Even over de grens naar de Eifel, met de trein naar de Ostsee, of een week in de Alpen. Wat veel mensen zich pas op de camping realiseren: de ondergrond is er heel anders dan hier. En dat merk je meteen aan je haringen.
Vier ondergronden die je in Duitsland tegenkomt
Bosbodem in de Eifel, het Sauerland en de Harz
Dit is waar de meeste Nederlanders voor het eerst tegen problemen aanlopen. Een bosbodem lijkt zacht, maar onder die laag naalden en bladeren zitten wortels en stenen. Je haring gaat er de eerste tien centimeter soepel in en stuit dan op iets hards.
Met een dunne V-haring buig je hier binnen een seizoen je hele set krom. Wat je wilt is een massieve haring die tegen een tik kan: een rotshaakharing of een titanium rotspen. Kort mag, mits massief. Sla ze rustig in en forceer niets als je op een wortel stuit — verplaats je haring dan een decimeter.
Heide en zandgrond in de Lüneburger Heide en Brandenburg
Losse, droge zandgrond die op het eerste gezicht makkelijk is: de haring glijdt er zo in. Precies daarom trekt hij er ook zo weer uit zodra de wind aantrekt.
Hier heb je lengte en oppervlak nodig, geen hardheid. Een Y-haring van 23 of 26 centimeter houdt aanzienlijk beter dan een korte massieve pen. Wordt het echt los, graaf dan een lange zand- of sneeuwharing dwars in als deadman-anker — dat is in duinen en op de eilanden een standaardtruc en werkt op de heide net zo goed.
Alpenweiden en berggrond in Beieren
Gras met steen eronder, en vaak op hoogte waar het 's nachts stevig kan waaien. De combinatie die de meeste sets sloopt: je wilt grip in het gras, maar je stuit op rots.
Neem hier twee types mee. Een Y-haring voor de plekken waar je wegkomt met grip, en een handvol massieve pennen voor de hoeken die het echt moeten houden. En een hamer — met je schoen red je het niet.
Ostsee en de Waddeneilanden
Puur zand, veel wind, en vaak geen enkele beschutting. Dit is de zwaarste combinatie die je in Duitsland tegenkomt.
Lange zandharingen zijn hier geen luxe. Reken op 31 tot 42 centimeter en graaf je scheerlijnen in bij de hoekpunten. Alles korter dan 25 centimeter is op strandzand een schijnzekerheid.
Wat neem je mee?
De meest gemaakte fout is één set haringen meenemen en hopen dat het goed komt. Voor een rondreis door Duitsland kom je verder met een gemengde set: een stuk of twaalf Y-haringen voor gras en zand, en een stuk of acht massieve pennen voor bosbodem en berg. Dat is nauwelijks meer gewicht en scheelt je het scenario waarin je op een campingplaats in de Eifel staat met alleen maar haringen die krom trekken.
Weet je niet welk type bij jouw reis past? De keuzehulp loopt het in een paar stappen met je door. En op de pagina tentharingen vastzetten lees je hoe je ze er zo in slaat dat ze er ook weer uit komen.
Kamperen Duitsers anders?
Een beetje wel. Duitse campings staan gemiddeld voller en de stellplätze zijn krapper, waardoor je scheerlijnen dichter bij het pad liggen. Reflecterende scheerlijnen zijn daar geen gadget maar gewoon netjes naar je buren toe. En op veel Naturcampingplätze en Trekkingplätze mag je alleen op aangewezen plekken de grond in — wat het extra vervelend maakt als je haringen niet passen bij de ondergrond, want uitwijken kan niet.
Overigens: sinds kort heeft Haringboer ook een eigen Duitse winkel op haringboer.de, met levering binnen Duitsland. Handig als je Duitse kampeervrienden hebt die vragen waar je die haringen vandaan hebt.
Kort samengevat
- Bos: massieve rotspennen, kort mag
- Heide en zand: lange Y-haringen, eventueel ingegraven
- Alpen: gemengde set, en neem een hamer mee
- Kust: zandharingen van 31 cm of langer
Goede voorbereiding scheelt je een nacht wakker liggen van klapperend tentdoek. Veel plezier over de grens.